
Een startende ondernemer kampt met heel wat vragen. Hierna vindt u een overzicht van veelgestelde vragen.
1. Wanneer bent u zelfstandige in hoofdberoep dan wel in bijberoep?
In tegenstelling tot wat men zou kunnen denken is het niet de hoogte van het inkomen als zelfstandige of de tijd die u aan uw zelfstandige activiteit besteedt die bepaalt of u zelfstandige in hoofdberoep dan wel in bijberoep bent. U bent zelfstandige in hoofdberoep als uw zelfstandig beroep uw voornaamste of enige bezigheid is. Men beschouwt u als zelfstandige in bijberoep als u naast uw zelfstandige activiteit een ander beroep uitoefent en als werknemer minstens halftijdse prestaties levert. In het onderwijs komt dat neer op 6/10 van een volledig uurrooster; in de openbare sector op halftijdse prestaties, die zich minstens over 200 dagen of 8 maanden per jaar uitstrekken
Het belangrijkste verschil tussen beide statuten zit hem in de sociale bijdragen die u betaalt. Zelfstandigen in hoofdberoep betalen 22 procent op de inkomsten tot 49.315,46 euro en 14,16 procent op de schijf tussen 49.315,46 en 72.675,38 euro. Het inkomen daarboven is vrijgesteld van sociale bijdragen. Als een zelfstandige in hoofdberoep heel weinig verdient, moet hij toch minstens de minimumbijdrage van 647,28 euro per kwartaal betalen. Bijberoepers betalen hetzelfde percentage maar voor hen geldt de minimumbijdrage niet. Ligt hun netto beroepskinkomen lager dan 1263,48 euro dan hoeven zij geen sociale bijdragen te betalen.
2. Kan u als zelfstandige terugvallen op werkloosheidsuitkeringen als uw project fout loopt?
De wetgever voorziet in een aantal mogelijkheden om terug te vallen op werkloosheidsuitkeringen, als uw project als zelfstandige niet goed afloopt. Als u als werkloze besluit om als zelfstandige aan de slag te gaan, mag u tijdens een zogenaamde proefperiode van 15 jaar nagaan of het project haalbaar is. Als u binnen die periode beslist om de zaak op te doeken, krijgt u onmiddellijk terug werkloosheidsuitkeringen.
Als u als werknemer besluit om aan de slag te gaan als zelfstandige en uw zaak draait niet, dan moet u eerst een wachtperiode van 6 maanden in acht nemen vooraleer u werkloosheidsuitkeringen ontvangt.
3. Hoe zit het met uw pensioen als zelfstandige?
Het wettelijke pensioen van een zelfstandige is beperkt: een zelfstandige met gezin, met een volledige loopbaan (45 jaar), zal in het beste geval 1000 euro per maand ontvangen. Voor een alleenstaande zelfstandige is dat nog minder. De zelfstandige die na pensionering zijn levensstandaard wil behouden, zorgt dus beter zelf voor een bijkomend extralegaal pensioen. De wetgever stimuleert bijkomende pensioenopbouw ook volop, door er fiscale stimuli aan te verbinden.
Zorg alvast zeker voor:
- het Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandige (VAPZ) (de voordeligste formule): de bijdragen of 'premies' voor het opbouwen van een aanvullend pensioen bij een private verzekeraar zijn aftrekbaar als beroepskosten. Daardoor vermindert ook de belastbare basis voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. Een dubbel voordeel dus.
- een groepsverzekering of een individuele pensioentoezegging (als u uw zelfstandige activiteit voert onder vennootschapsvorm). Die verzekering kan al vanaf één persoon. Ook hier kunt u de premies fiscaal in mindering brengen. U vermindert de winst in uw vennootschap en u betaalt minder vennootschapsbelasting.
- De vennootschap biedt een aantal interessante mogelijkheden om vóór het overlijden een goede opvolgingsregeling uit te dokteren.
- Pensioensparen of langetermijnsparen.
U kunt de zorgen van een 'beperkt' pensioen als zelfstandige transformeren in een voordeel, door een uitgekiende mix van bijkomende pensioenopbouw. Uw verzekeringsagent is het best geplaatst om u daarmee te helpen.
4. Welke verzekeringen heeft u nodig bij de opstart van uw zelfstandige activiteit?
In bepaalde gevallen hebt u geen keuze en bent u verplicht om een verzekering te sluiten. Die verplichting kan immers contractueel opgelegd worden. Zo kan het huurcontract een bepaling bevatten die de huurder verplicht om een brandverzekering af te sluiten. Maar ook de wetgever heeft voor bepaalde risico's een verzekeringsplicht uitgevaardigd. De twee belangrijkste wettelijk verplichte verzekeringen zijn de arbeidsongevallenverzekering en de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen. En wie een voor het publiek toegankelijke inrichting uitbaat (bijv. een restaurant, warenhuis, ... ) is wettelijk verplicht om zijn objectieve aansprakelijkheid voor brand en ontploffing te verzekeren. Daarnaast bestaan er nog tal van verplichte verzekeringen als voorwaarde voor een erkenning, een bepaalde subsidie, ... Een lijst van alle verplichte verzekeringen vindt u op www.cbfa.be.
De meerderheid van de verzekeringen blijft echter louter facultatief. Toch zijn ook een aantal van die verzekeringen onontbeerlijk. Een goede brandverzekering, een bedrijfsschadeverzekering, een verzekering die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de ondernemer/onderneming dekt, een rechtsbijstandsverzekering - de kosten van een gerechtelijke procedure kunnen snel oplopen - zijn zeker het overwegen waard. Uw verzekeringsagent kan u optimaal begeleiden in de keuze van die verzekeringen die voor uw opstart nodig/nuttig zijn.
5. Kan u zelf uw boekhouding voeren of bent u verplicht om met een boekhouder of accountant te werken?
Nergens staat er in de wet dat u verplicht bent om met een boekhouder of accountant te werken. Maar het is wel een wettelijke verplichting om een goede boekhouding te voeren. Het soort boekhouding (vereenvoudigd of dubbel) hangt af van de aard en de omvang van uw bedrijf. Voor NV's en BVBA is altijd een dubbele boekhouding vereist, voor een eenmanszaak een vereenvoudigde.
Het is zeker aan te raden om met een boekhouder samen te werken. Zo krijgt u toch het advies van een expert en bovendien kunt u met de uw boekhouder de evolutie van uw zaak bespreken. Het advies van een boekhouder is een extra troef voor uw bedrijf, maar let er steeds op dat u ook zelf betrokken blijft bij de financiële kant van uw bedrijf.
6. Wat zijn de voor- en nadelen van een vennootschap?
Voordelen
- Rechtspersoonlijkheid: de vennootschap heeft eigen rechten en plichten.
- Voor bepaalde vennootschapsvormen geldt een beperkte aansprakelijkheid.
- Fiscaliteit: Het belastbaar resultaat wordt belast in het stelsel van de vennootschapsbelasting. Voor KMO's bestaat er een 'verlaagd opklimmend' tarief. Het fiscaal voordeel van een vennootschap ligt echter niet zozeer in de lagere tarieven, maar in de mogelijkheid om te streven naar een optimale inkomstenmix. De inkomsten van vennootschap en individu kunnen zo georganiseerd worden dat er in totaal zo weinig mogelijk belastingen worden betaald, en er jarenlang een zo stabiel mogelijk inkomen is.
- Alle afspraken tussen partners die samenwerken in de zaak staan duidelijk op papier.
- De vennootschap biedt een aantal interessante mogelijkheden om vóór het overlijden een goede opvolgingsregeling uit te dokteren.
Nadelen
- De formele besluitvorming en procedures.
- Meer juridische en administratieve verplichtingen, en dus meer kosten. De oprichting is voor de meeste vennootschapsvormen door diverse wettelijke verplichtingen duurder dan een eenmanszaak starten.
- Boekhoudkundige verplichtingen.
7. Wat zijn de voor- en nadelen van de eenmanszaak?
Een 'handelszaak' of eenmanszaak is een onderneming die, in tegenstelling tot de vennootschap, geen aparte rechtspersoonlijkheid bezit. Er is dus ook geen duidelijke splitsing tussen het privévermogen van de handelaar en het vermogen van de zaak.
Voordelen
- Beslissingen kunnen op een snelle en weinig formele manier genomen worden.
- Omdat alle winst van de eenmanszaak wordt belast volgens de natuurlijke persoon, komt het batig saldo na belastingen bij die ondernemer zelf terecht. U beslist zelf of en hoeveel u daarvan investeert in de zaak.
- Beperkte administratieve en boekhoudkundige verplichtingen.
Nadelen
- Geen specifieke juridische structuur. U bent onbeperkt aansprakelijk en staat met uw volledige persoonlijke vermogen in voor de verbintenissen van de onderneming.
- Opvolging en overname: een preventieve opvolgingsregeling heeft de meeste kans op slagen als uw onderneming een vennootschap wordt.
- Inkomstenbelastingen: alle inkomsten van de onderneming worden belast via de personenbelasting van de ondernemer zelf. Er is geen aparte fiscale aangifte of aanslag voor de eenmanszaak.
8. Aan welke voorwaarden moet u voldoen om een eigen onderneming op te starten?
Leeftijd: U moet minstens 18 jaar oud zijn.
Bewijs kennis van bedrijfsbeheer: Elke KMO, natuurlijke persoon of rechtspersoon die een handels- of ambachtsactiviteit uitoefent, moet een basiskennis van bedrijfsbeheer bewijzen. De vrije beroepen en de beroepen die door een andere wet gereglementeerd zijn op dat vlak, vormen de enige uitzondering. Maar ook voor die beroepen zijn diploma's vereist om te kunnen starten.
Bewijs van beroepskennis: Voor meer dan 40 gereglementeerde beroepen gelden bijkomende vereisten voor beroepsbekwaamheid.
Extra vergunningen of registratie voor bepaalde activiteiten: Voor verschillende beroepen gelden bijkomende verplichtingen. Afhankelijk van de activiteit en van de specifieke kenmerken van de onderneming zijn extra passende vergunningen of een registratie nodig. Voorbeelden: een milieuvergunning, de vergunning voor grote verkoopruimtes, de leurkaart, de vergunning voor het fabriceren of in handel brengen van voedingswaren, een registratie voor aannemers enz.
Beroepskaart voor vreemdelingen: Een niet-Belg moet zijn kennis bewijzen door zijn diploma gelijkwaardig te laten verklaren. Die procedure neemt heel wat tijd in beslag. Bovendien moeten niet-Belgen die in België als zelfstandige aan de slag willen, een beroepskaart aanvragen.